| De Tramconducteur |
|
|
Zomaar een dag uit het leven van een Tramconducteur
Het was in het vroege voorjaar van het jaar 1937 toen tramconducteur Drewes Haakmeester op weg was naar het Tramstation in Sneek aan de Bolswarderweg. Het was nog vroeg in de morgen, even over vijven, om halfzes moesten ze vertrekken voor de eerste rit. Toen hij de hoek om kwam bij de Wijde Noorderhorne zag hij reeds stoom komen uit de locomotief van de tram, machinist van der Reidt was al bezig de tram onder stoom te brengen, dan konden ze meteen vertrekken.
Drewes Haakmeester was sinds 1932 in Sneek komen wonen op een bovenhuis aan het Sudend in Sneek, boven de slachterij van Jansen. Hij was al lang bij de tram werkzaam. Na zijn trouwen was hij eerst in Steenwijk bij de post geweest als besteller maar daar verdiende het niet goed. Toen hij dan ook vernam dat zijn zwager Arend Dijkstra, wel vier gulden in de week meer verdiende bij de tram was de keus ook snel gemaakt. Hij solliciteerde dan ook snel bij detram en werd aangenomen als conducteur. Dit hield wel in dat hij van Steenwijk moest verhuizen naar Oosterwolde. Hij kwam met zijn gezin vlak naast het tram station te wonen in het hoekhuis van het streekje woningen dat daar aan de Tramweg stond. Het woonde hier mooi en het duurde niet lang of zijn zwager Arend Dijksma kwam ook naar Oosterwolde te wonen, op het zelfde streekje woningen maar iets verderop.
Oosterwolde was in die jaren een middelpunt van het tramnet tussen Friesland en Drente en Drewes Haakmeester werkte als conducteur op vele richtingen van de tramroute, zowel richting Steenwijk als naar Assen. Hij was dan ook zeer tevreden met zijn baan, het bracht hem in contact met vele mensen en hij was trots op zijn mooie uniform. Zijn zwager Arend Dijksma was machinist op de tram maar toen hij op een keer zijn hoofd uit het raam stak om te kijken waar zij ongeveer waren, klapte hij met zijn hoofd tegen een seinpaal. Zijn toestand was zeer ernstig en hij kon, toen hij weer wat was hersteld, niet meer aan het werk bij de tram, daarom werd hij monsternemer bij de melkfabriek in Tuk bij Steenwijk waar ze ook gingen wonen.
In het begin van de dertiger jaren was er een kentering gekomen in het tramverkeer, er kwamen bussen en het personenvervoer met de tram begon terug te lopen, weldra was er niet voldoendewerk meer voor het personeel van de tram. Dit was dan ook de reden dat Drewes Haakmeester werd overgeplaatst, hij had de keus tussen Drachten en Sneek. Hij koos inverband met de onderwijs mogelijkheden en de aanwezige bedrijvigheid voor Sneek, dat was in 1932 en het was dus alweer 5 jaar geleden toen zij op het Sudend kwamen te wonen. Het viel eerst niet mee van een hoekhuis met tuin in een dorp naar een boven woning in een onbekende stad. Maar naar enige tijd konden zij verhuizen naar een hoekwoning in de middelste buurt van de Oude Selfhelp achter de Oppenhuizerdwarsstraat, hier woonden zij nu al weer enige tijd, hij zijn vrouw Martha en hun kinderen, Cornelis, Jantje, en Trijntje, ja alles was toch weer op zijn pootjes terecht gekomen. In Sneek waren zij al weer aardig ingeburgerd, zijn vrouw en de kinderen waren bij het Leger des Heils, hij zelf moest hier niet zo veel van hebben maar had er wel vrede mee.
Nu verder richting spoorwegovergang en dan weer vertekken met de tram, te laat was hij eigenlijk nog nooit geweest, behalve dan 14 dagen geleden toen hij een griep had opgelopen, toen had hij zich voor de eerste keer verslapen, wat was hij kwaad geweest op zich zelf, dit kwam zijn eer te na, niet voor niets noemden ze hem "de sekure". Hij werd toen gewekt door de machinist die met de tram op de oppenhuizerweg stond, vlak voor de ingang van de Oude Selfhelp, wat was hij geschrokken toen hij werd gewekt, maar de machinist zei: "doe maar rustig aan,de tram heb ik hier al voor staan op de weg, dan kun je zo instappen". Wat had hij hem geschaamd, wat een afgang, hij Drewes "de Sekure," had zich verslapen. Kijk daar kwamen de eerste passagiers al aanlopen, hij stapte in de tram en zette zijn kaartenbak met kaartjes op het plateau bij de trambestuurder. Weldra vertrok de tram, eerst Joure dan naar Heerenveen, dan terug naar Joure waar er aan-sluiting was van de tram met St. Nicolaasga en Lemmer, dan weer terug naar Sneek, Bolsward en als keerpunt Harlingen.
Een mooie route door het friese plattenland, het was deze dag niet erg druk op de tram en het was mooi weer, veel bekende gezichten op de tram, een schipper die naar zijn schip moest welke in Heerenveen lag, een aantal kinderen van boerderijen tussen Joure en Oppenhuizen welke in Sneek op school gingen. De tram stopte dan ook bij de boerderijen tussen de Fammensrakken en de Horsebrug zodat de kinderen niet zover behoefden te lopen. Het was gezellig, voor een praatje met een handelsreiziger was voldoende tijd zodat weer wat nieuws uit andere streken kon worden vernomen. De dienst zat er bijna op, nog even het traject van Bolsward over Nijland en Ysbrechtum naar Sneek en zijn vroege dienst was klaar en dan de kas opmaken en afrekenen bij het kantoor en dan weer naar huis, hij kon misschien nog wel even gaan vissen het was prachtig weer. Ze reden over Nijland, als ze zondagsavond de laatste rit maakten, dan reden ze hier heel langzaam, zodat de jeugd die dan in de tram zat even de tijd had om appels uit de pastorietuin te pakken, dat mocht natuurlijk niet maar de meute bleef dan wel mooi rustig op het laatste traject omdat ze dan appels aan het eten waren.
Daar was het tramstation van Sneek, uitstappen en nu naar het kantoor, het geld afdragen en naar huis. Maar hoe viel dit tegen, bij het opmaken vande kas bleek dat er een heel boekje met tram kaartjes weg was, omgerekend wel voor driehonderd gulden, hoe moest dit nu, hij verdiende immers maar 20 gulden in week, hoe moest hij dit ophoesten?. Grote paniek, de tram weer opgewacht, alles nazoeken in de tram maar er was niets te vinden, die kaartjes konden toch niet weglopen. Ze waren niet te vinden, moedeloos en in paniek liep Drewes Haakmeester naar de Oude Sefhelp, de wanhoop nabij. De gehele nacht had hij niet kunnen slapen, hoe moest hij hier nu mee aan. Hij besloot na zijn dienst het gehele tram traject af te zoeken, toen ze dan ook s'middags terug kwamen ging Drewes Haakmeester op weg, hij besloot het tramtraject tussen Sneek en Joure eerst af te zoeken. Hij ging daarom lopend over het traject van de tramrails, hij keek goed om zich heen, de tram-post in Uitwellingerga ging hij naar binnen en vertelde zijn verhaal maar hier was ook niets gevonden, dus, maar weer verder richting de Horsebrug.
Toen hij voorbij de Horsebrug was herinnerde hij zich dat die dag twee kinderen van die boer op de tram had meegenomen. Hij trok de stoute schoenen aan en besloot naar de boerderij te gaan om te vragen of de kinderen misschien iets hadden gezien of gevonden. Met verbazing werd hij door de boerin ontvangen en weldra zat hij aan een kopje thee, het bleek dat er vijf jonge kinderen waren in dit gezin, het betrof hier dus een vrij drukke huishouding, ja het viel niet mee, zei de boerin. Het was woensdagmiddag en de kinderen waren allemaal thuis,weldra vertelde Drewes zijn verhaal vande vermiste kaartjes en hij vroeg of zij misschien iets hadden gehoord of gezien over deze kaartjes. Maar de boerin verklaarde met klem dat zij nergens van wist en geen kaartjes had gezien, waarop een vande kinderen zei: "Ja mem je hebt ze wel gezien, je hebt ze immers in de kruik op de schoorsteenmantel gedaan, hoe kan je dat nu vergeten?". In een haal was Drewes bij de schoorsteenmantel, hij pakte de kruik en hield hem op zijn kop en ja hoor daar kwam het boekje met kaartjes te voorschijn. Een vreugdegevoel kwam in hem op maar ook maakte hij zich kwaad en sprak de vrouw er heftig op aan waarom zij hem had voor- gelogen. Het was bijna 3 maanden salaris voor hem, dit kon je toch niet maken, de boerin begon te huilen en zei dat ze het niet had durven zeggen omdat haar kinderen dan voor dief werden aangezien. Weldra was de vrede weer getekend, de kinderen bleken uit kattekwaad het pakje kaartjes te hebben mee-genomen en zagen er op dat moment verder geen kwaad in, Drewes besloot dan ook er geen werk van te maken en beschoude het dan ook als een kwajongens- streek. Fluitend en zingend ging hij meer huppelend dan lopend via de tramlijn richting Sneek, hij had hem in jaren niet zo goed gevoeld maar wat had hij in zijn rats gezeten.
Dit verhaal berust op ware feiten en werd mij verteld door zijn oudste dochter en mijn moeder, Jantje Jellema Haakmeester. Sneek/Ysbrechtum september 2001 Jan W. Jellema
|
Tramconducteur








